Als gemeente van onze Heere Jezus Christus zijn we verplicht om zorg te dragen voor onze naaste.
In het bijzonder geldt dit voor onze eigen gemeenteleden. De gemeente moet een veilige plek zijn waarin we met elkaar het geloof mogen beleven, naast elkaar mogen staan en in liefde met elkaar mogen leven. Als gemeente weten we echter ook dat we in zonde gevallen en geboren zijn, dat we van nature slecht zijn en niet tot het goede in staat (Romeinen 7:14-20; Marcus 7:21 en 22). Hierdoor kan buiten de kerk, maar helaas ook in de kerkelijke gemeente grensoverschrijdend gedrag voorkomen.
Van belang is dat we als gemeente ons ervan bewust zijn dat er machtsongelijkheid bestaat binnen de gemeente en dat dit kan leiden tot onveilige situaties zoals ongewenst gedrag ten opzichte van een gemeentelid. Als kerkenraad willen we het risico op ongewenst gedrag verkleinen en wanneer dit toch optreedt, het zo snel mogelijk signaleren om de gevolgen voor het slachtoffer te beperken.
De generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland heeft dit onderwerp diepgaand besproken in haar vergaderingen. Dit heeft in 2024 geresulteerd in een wijziging van de Generale Regeling (Generale Regeling 16 Veilige gemeente ingaande per 1 juli 2025). Drie zaken worden daarin genoemd. Allereerst dient de kerkenraad het gesprek binnen de gemeente te stimuleren om gezamenlijk zorg te dragen voor een klimaat waarin ieder zich veilig kan voelen. Als tweede wordt aangeven dat de kerkenraad verplicht is voor een aantal functies binnen de kerkelijke gemeente een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te vragen en als laatste de verplichting tot het aanstellen van vertrouwenspersonen.
Om deze drie zaken goed willen laten functioneren binnen onze gemeente is een Beleidsplan Veilige Kerk opgesteld en in de kerkenraadsvergadering van 9 april 2025 goedgekeurd. Door te werken volgens het beleidsplan wil de kerkenraad borgen dat dit onderwerp de juiste aandacht krijgt en houdt binnen te kerkelijke gemeente met als doel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken en daar waar mogelijk te voorkomen.
